Mission statement

missionstatementDe zusters van Klooster Cenakel maken deel uit van de wereldwijde congregatie van de 'Dienaressen van de Heilige Geest van de Altijddurende Aanbidding'. De leden ervan leiden een contemplatief bestaan en leven in slotkloosters. Ze hebben zich de onophoudelijke aanbidding ten doel gesteld van het Allerheiligst Sacrament: de geconsacreerde hostie als het zichtbare teken van de drie-ene God. Hun habijt heeft de kleuren roze en wit als verwijzing naar de heilige Geest. De religieuze gemeenschap werd eind negentiende eeuw gesticht door Arnold Janssen om twee van zijn actieve missionaire congregaties met gebed te ondersteunen. Het is de opdracht van de zusters om voortdurend te bidden voor de verkondiging van het geloof en het heil van de mensheid.

Zoals een hinde om waterstromen schreeuwt, zo schreeuwt mijn keel naar U, God. Mijn keel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer mag ik bij God komen, en zijn aanschijn zien? (Psalm 42,2-3)
Onophoudelijk streven wij ernaar de drie-ene God te verheerlijken door te beantwoorden aan zijn liefde en heilswil, ons geopenbaard door Jezus Christus, het vleesgeworden Woord, in wiens Geest wij toegang hebben tot de Vader. (Leefregel van de Dienaressen van de Heilige Geest van de Altijddurende Aanbidding)
Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit. (Johannes 3,16)
De apostelen kwamen terug bij Jezus, en ze vertelden Hem alles wat ze hadden gedaan en hoe ze onderricht gegeven hadden. Hij zei tegen hen: ”Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en wat uit te rusten.” (Marcus 6,30-31)
Toen trok de Heer voorbij. Er ging een zeer zware storm voor de Heer uit die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar de Heer was niet in de storm. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was de Heer niet. Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was de Heer niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries. (1 Koningen 19,11-12)