Herkomst - congregaties

Congregatie van paters en broeders

SVD: Societas Verbi Divini

Op 8 september 1875 opent Arnold Janssen in Steyl zijn eerste missiehuis, een vroegere herberg. In korte tijd groeit het aantal leerlingen. In enkele tientallen jaren leveren de eigen missiehuizen en gymnasia van de congregatie een verrassend groot aantal missionarissen. Begrijpelijkerwijs wordt al gauw het eerste missiehuis in Steyl, de vroegere herberg, te klein. Er moet bijgebouwd worden. Al een jaar na de opening wordt de eerste spade in de grond gestoken voor een nieuw gebouw. Nauwelijks een tiende van de bouwsom is voor handen. Maar, is vertrouwen op God geen echte deugd juist voor missionarissen? Arnold Janssen bouwt en bouwt maar door in Steyl, tien jaar lang, ook al heeft hij geen geld. Volgens hem moet men zich niet afvragen of het geld er is, maar alleen of de bouw nodig is.

Tussen 1881 en 1884 wordt ook de dubbele kerk, de boven- en benedenkerk gebouwd. Twee spitse torens maken Steyl tot een markante plaats in het stroomgebied van de Maas. Vanuit deze kerk zendt Arnold Janssen zijn missionarissen uit.

Ze trekken over de hele wereld onder de naam van: Gezelschap van het Goddelijk Woord. In het Latijn: Societas Verbi Divini of afgekort S.V.D. GODDELIJK WOORD staat hier niet voor het Woord Gods dat zijn missionarissen preken; ook niet voor het evangelie van Jezus Christus dat zij verkondigen. GODDELIJK WOORD staat voor Hem die ons het evangelie bracht, het MENSGEWORDEN WOORD, de tweede Persoon van de Allerheiligste Drie-eenheid, in dezelfde betekenis als het heeft in het eerste hoofdstuk van het evangelie van Johannes (Joh. l, 1-18): In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God ... Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

Maakt Arnold Janssen STEYL tot een centrum van wereldomvattende missionaire activiteit, hij maakt het ook tot een brandpunt van geestelijke vernieuwing voor de Kerk. Hij stelt zijn missiehuizen open voor retraites, geloofsverdieping en bezinning. Duizenden priesters, vaders, moeders, jongeren worden in hun geloof versterkt en keren als vrienden van het missiewerk naar huis terug, nadat zij enkele dagen in een missiehuis hebben doorgebracht. Maar Arnold Janssen wil iedereen bereiken, ook hen die in de meest afgelegen dorpen wonen. Om ook hen in hun geloof te verdiepen en te bezielen voor de wereldmissie, opent Arnold Janssen een missiedrukkerij in Steyl. Apostolaat door middel van de pers!

Al in 1878 verschijnt het eerste nummer van een familieblad "Stad Gods", een geïllustreerd weekblad. Het is iets geheel nieuws in de kerkelijke kringen van die tijd. Het blad biedt ontspanning en actuele informatie. Tegelijkertijd schrijft het, zonder opdringerigheid, over doel en ontwikkeling van het Rijk Gods, de STAD VAN GOD, op deze wereld. Indirect dient het ook de wereldmissie. De teksten en illustraties van dit familieblad spreken brede lagen van het volk zo aan, dat in korte tijd de oplage met sprongen omhoog gaat. Nog vlugger stijgt een oplage van de Michaëls-Almanak die vanaf 1880 ieder jaar verschijnt. De grote oplagen van tijdschriften vermindert heel wat zorg om het dagelijks onderhoud in het missiehuis, maar brengt ook weer een nieuwe zorg met zich mee. Want wie doet op den duur al dat werk in de drukkerij en in huis? Vakmensen van buiten aanstellen kost veel geld ... geld dat bestemd is voor de missie en dat daar heel hard nodig is. Zijn er dan geen jonge mensen te vinden die bereid zijn hun krachten en talenten in dienst te stellen van de wereldmissie?

Arnold Janssen vertrouwt erop, dat er best van die ideale mensen te vinden zijn. In 1878 bieden zich de eerste drie jongelui aan die broedermissionaris willen worden. Hun wacht een eenvoudig leven van hard werken in het missiehuis, in de drukkerij of in de missie. Het is een nieuw type klooster- en missiebroeder dat zich hier in de congregatie van het Goddelijk Woord ontwikkelt. Iedere broeder kan en mag zijn talenten ontwikkelen en zijn eigen vak beoefenen. Arnold Janssen geeft hun verantwoordelijke opdrachten en ruimte aan hun initiatieven. Al gauw is er dan ook geen handwerk of eigen techniek meer die niet door de missiebroeders van Steyl wordt beheerst en uitgeoefend. Aan deze mannen, aan hun arbeid en hun bidden dankt de congregatie grotendeels dan ook wat zij is. Zo werken weldra de missionarissen van Steyl, paters en broeders tezamen in China, Japan, Nieuw-Guinea en op de Filippijnen. Ze stichten christengemeenschappen, bouwen daarvoor scholen, ziekenhuizen en kerken. Het thuisfront zorgt voor de nodige middelen.

Congregatie van missiezusters (SSpS)

SSpS: Congregatio Servarum Spiritus Sancti

Nog is het werk van Arnold Janssen niet af. Hij wil ook vrouwen naar de missie sturen. Daarom sticht hij in 1889 de congregatie van missiezusters, de Dienaressen van de H. Geest. Medestichteres en eerste generale overste was Moeder Maria, Helena Stollenwerk. In 1898 trad zij over naar de beschouwende gemeenschap van de aanbiddingszusters en ontving de naam Zuster Maria Virgo. Op 3 februari 1900 stierf zij aan een hersenvliesontsteking, 47 jaar oud. Zij werd op 7 mei 1995 door Paus Johannes Paulus II zalig verklaard. Zes jaar na de stichting vertrekken de eerste missiezusters naar de missie. Daar wachten hen specifieke taken in het onderwijs aan meisjes, in de zorg voor armen en wezen, in de sociale vooruitgang voor vrouw en gezin. Ook de catechese en pastorale arbeid worden hun toevertrouwd.
Voor meer informatie over Z. Helena Stollenwerk kunt u terecht op www.vais.net/~svd/blueSis.html

Congregatie van aanbiddingzusters (SSpSAP)

SSpSAP: Congregatio Servarum Spiritus Sancti de Adoratione Perpetua

Maar hoe sterker het missiewerk groeit en in omvang toeneemt, des te meer moet er naar Arnolds overtuiging ook gebeden worden. Daarom komt hij in 1896, een jaar na het vertrek van de eerste missiezusters, tot een derde kloosterstichting: de Dienaressen van de H. Geest van de Altijddurende Aanbidding.

Op 8 december 1896, het feest van Maria Onbevlekte Ontvangenis, ontvingen de eerste zes zusters, die eerst missiezuster waren, het roze habijt met de witte sluier van de aanbiddingzusters. Onder hen was Moeder M. Michaele, Adolphine Tönnies, onze medestichteres en eerste algemene overste. De altijddurende aanbidding van onze eucharistische Heer, het koorgebed, het gebed en offer voor de priesters, voor de missie en de noden van kerk en wereld werden haar voornaamste taak.

Op 15 augustus 1907 legden de eerste zusters van deze congregatie de eeuwige geloften af als Dienaressen van de Heilige Geest van de Altijddurende Aanbidding. Moeder M.Michaele leidde de congregatie van 1897 tot 1934. In deze jaren kwam de congregatie tot bloei en breidde zich uit. Na de verhuizing van de zusters in 1914 naar haar eigen nieuwe klooster aan de Maas, het moederhuis, ontstond reeds in het volgende jaar een klooster in Philadelphia, USA, 1923 Lipa, Filippijnen, 1924 Bad Driburg, Duitsland, 1927 Soesterberg, 1928 St. Louis, USA, 1929 Leobschütz, Schlesien, 1931 Baguio,Filippijnen, 1932 Tsingtau, China. Door omstandigheden moesten de kloosters in Lipa, Leobschutz en Tsingtau worden opgeheven. In 1933, een jaar voor haar dood, ontving Moeder M. Michaele de lang verwachte approbatie van de kloosterregel door de Apostolische Stoel in Rome.

Innerlijk gesterkt en gevestigd en trouw aan de spiritualiteit van haar stichter, Arnold Janssen, telt onze congregatie vandaag 20 kloosters verspreid over de hele wereld.

Bidden en werken, werken en bidden is het devies. Terwijl paters, broeders en zusters in de missie werken zullen de slotzusters bidden om de zegen van God. Zij blijven niet achter als een biddend thuisfront. Ook in de missie zullen ze kloosters openen, om ter plaatse, in Zuid-Amerika, in Indonesië, op de Filippijnen, in India in gebed, tezamen met autochtonen die tot hen toetreden, de zegen over het missiewerk in eigen land af te smeken. Op de Filippijnen heeft de congregatie al zes kloosters. Niet verwonderlijk dan ook dat de huidige generale overste een Filippijnse is. Nu is het werk van Arnold Janssen volledig. Een gecoördineerd samenwerken voor de wereldmissie van paters, broeders en zusters, van mannen en vrouwen, van actieven en contemplatieven, van religieuzen en leken. Want ook de leek wordt, waar mogelijk, ingeschakeld. Van het begin af werkt een leger van zelateurs en zelatricen in hun vrije uren mee aan het grote missiewerk.

Arnold Janssen heeft succes. Voor de ogen van de buitenwereld heeft hij zich opgewerkt tot de hoogste leider van en wereldonderneming. Maar hij is en blijft bescheiden. Hij kent zeer goed zijn eigen grenzen, ja hij wantrouwt zichzelf en zijn kunnen. In alles gaat hij voorzichtig te werk. Alleen zijn missionaire gegrepenheid bevrijdt hem uit het begrensde wereldje van een leraar die plichtsgetrouw zijn taak vervult, niet overtuigend en bezielend kan spreken, geen erg innemend karakter heeft en zelfs een eigenwijze indruk maakt.

Waar haalt deze zoon van een vrachtrijder de moed vandaan, waar vindt deze leraar met eenzijdig wiskundige gaven de kracht om zo'n missionaire wereldonderneming te stichten en te leiden?

Zijn krachtbron is zijn onwankelbaar geloof. Dit geloof doorbreekt de grenzen van zijn capaciteiten. Slechts één gedachte, één doel leidt zijn leven: alles moet in dienst staan van de heilige Drie-ene God. De Allerheiligste Drie-eenheid moet door alle mensen gekend, bemind en verheerlijkt worden.

Het stempel dat Arnold Janssen drukt op heel het missiewerk van Steyl vindt men weergegeven in de woorden die het motto worden van alle drie zijn congregaties: "De Heilige, Drie-ene God leve in ons hart en in de harten van alle mensen."

Ook aan de werking van de heilige Geest kent Arnold Janssen een beslissende rol in zijn leven toe. De huidige charismatische beweging kan in hem een voorbeeld en inspiratie vinden. Aan de heilige Geest vertrouwt hij zichzelf en zijn werk geheel en al toe. Door Hem wil hij zich laten voorlichten en leiden. "De heilige Geest klopt aan de deur van onze tijd" zegt Janssen, "Hij wil worden toegelaten en erkend in het openbare leven. Machtig zal Hij ingrijpen in de loop van de wereldgeschiedenis als wij Hem maar telkens weer vol aandrang aanroepen."


<< Terug